Onderzoek

Het doel van het onderzoek

Het onderzoek naar de flexmonitor is deel van promotieonderzoek van Frank van Gool naar de wijze waarop je in zorgorganisaties flexibiliteit kunt creeren.  

In dit deel van het onderzoek hebben we gekeken hoe je op team niveau kunt zorgen voor flexibiliteit, en is er in co-creatie een methode ontwikkeld waarmee in een vroeg stadium ongewenste teamontwikkeling kan worden gesignaleerd op het gebied van flexibiliteit en mentale veerkracht. Uiteindelijk wordt de  methode, inmiddels De Flexmonitor genoemd, zo ontwikkeld dat teams deze zelf kunnen gebruiken. Hiermee creëren zij flexibiliteit, mentale veerkracht en openheid voor nieuwe ideeën, innovaties en ontwikkelingen. 

Het promotieonderzoek

Het onderzoek wordt uitgevoerd door Frank van Gool onder begeleiding van Prof. Dr. Inge Bongers, Dr. Joyce Bierbooms en Prof Dr. Richard Janssen. Dit in een samenwerkingsverband tussen Tranzo (Tilburg University), Het Erasmus Centrum voor Zorgbestuur en Trifier en met medewerking van GGzE, Dimence en GGz Breburg.

       

We onderzoeken de manier waarop individuen, teams en organisaties flexibiliteit en veerkracht kunnen creëren.

De doelstelling van het promotie onderzoek is het kunnen doen van aanbevelingen aan bestuurders, strategisch managers, teams en teamleden hoe zij de voorwaarden kunnen creëren voor de flexibiliteit van de organisatie, het team en individu. Het onderzoek beoogt daarnaast een wetenschappelijke bijdrage te leveren aan de kennis hoe in organisaties flexibiliteit en consistentie kunnen worden gebalanceerd en welke dillema’s, paradoxen en vraagstukken zich daarbij voordoen op het gebied van leiderschap.  Deze aspecten behoren bij elke strategische, lange termijn beslissing te worden meegewogen, simpelweg omdat de condities op de implementatiedatum wezenlijk veranderd kunnen zijn ten opzichte van de verwachtingen op de datum van het strategisch besluit. Anders gezegd: de toekomst is zo onzeker dat flexibiliteit en adaptief vermogen essentieel zijn om op de lange termijn te overleven.

Het eerste deel van het onderzoek was een literatuuronderzoek (van Gool et al. 2017) "Literature study from a social ecological perspective on how to create flexibility in healthcare organisations") waarin is onderzocht hoe de flexibiliteit wordt gedefinieerd in de gezondheidszorg literatuur. Daarnaast is er gekeken naar welke interventies worden gebruikt op welk organisatorisch niveau om de flexibiliteit te beïnvloeden. Met behulp van Psycinfo en Web of Science, is gezocht naar flexibiliteit in de gezondheidszorg organisaties. De 19 studies die aan de selectiecriteria voldeden werden geanalyseerd vanuit een sociaal ecologisch perspectief. Acht publicaties beschreven flexibiliteit als gevolg van de interventies. 
Het blijkt moeilijk om flexibiliteit te creeren als een proactieve houding en het vermogen om de interne processen aan te passen aan de veranderende omgeving. Interventies om de flexibiliteit te bevorderen dienen op alle organisatieniveaus plaats te vinden, aangezien ze elkaar wederzijds beïnvloeden.
Deze studie toont aan dat er weinig literatuur is over hoe flexibiliteit bij organisaties in de gezondheidszorg gecreëerd kan worden.
Implicaties voor het management: verandering in de zorg is continu. Daarom moet flexibliteit een permanente proactieve houding zijn van zowel de managers als professionals op alle organisatieniveaus.

In het tweede deel van het onderzoek word beschreven hoe de Flexmonitor in samenwerking met teams van GGZ Breburg en GGzE  is ontwikkeld. Het artikel Co‐creating a program for teams to maintain and reflect on their flexibility (van Gool et al., 2019) is inmiddels gepubliceerd. Om starheid binnen teams in de gezondheidszorg te voorkomen en teams te ondersteunen is dit programma ontwikkeld. Het is bedoeld om systematisch teamgedrag te monitoren en daarmee de interventies van het team te vergemakkelijken. We willen de basis leggen voor de verdere ontwikkeling van methoden die teams kunnen helpen processen onder de oppervlakte te herkennen en erop te reageren. Het programma wordt geintroduceerd en de eerste pilot wordt beschreven. Deze pilot laat zien dat het programma een nuttig kader is waarbinnen teams over rigiditeit kunnen praten, indicatoren voor hun flexibiliteit kunnen definiëren en passende acties en interventies kunnen bedenken om hun flexibiliteit te behouden of te herstellen.

Het derde deel van het onderzoek beschrijft de 'realisitische evaluatie' van de Flexmonitor. Op basis van een speciale methode wordt met verschillende funcionarissen van de deelnemende teams stil gestaan bij de vraag; wat werkt er nu voor wie en hoe speelt context een rol, welke mechanismen zijn dan aan het werk en wat zijn daarvan de uitkomsten. Dit artikel wordt eind dit jaar gepubliceerd. De Flexmonitor wordt als methode doorontwikkeld in verschilllende teams en de ervaringen daaruit worden gebruikt om de methode bij te stellen. 

In de laatste twee deelonderzoeken kijken we naar de organisatorische aspecten van flexibiliteit en het leiderschap. Er staan twee vragen centraal:

  1. In hoeverre en op welke manier creëren GGZ-aanbieders flexibiliteit in hun organisatie?
  2. Welk leiderschap van bestuurders en managers bevordert de flexibiliteit in organisaties?

We plaatsen dit in het licht van de Covid 19-crisis. De bijzondere omstandigheden maken duidelijk dat er in noodgevallen veel flexibiliteit mogelijk is. Dit is een reactieve flexibiliteit geboren uit nood. Het is nuttig om hiervan te leren en aanbevelingen te doen hoe organisaties dit kunnen gebruiken bij het creëren van flexibiliteit als permanente proactieve houding om zich aan te passen aan de continue verandering.

Overig onderzoek Flexmonitor

Scripties mbt de Flexmonitor

Trifier heeft regelmatig stagiaires of studenten die onderzoek doen en een scriptie schrijven. Heb je een goed idee of onderzoeksvraag neem dan gerust contact met ons op!

Wie gingen je voor:

In 2017 deed Evelien Vink onderzoek naar de theoretische onderbouwing, toepasbaarheid en bruikbaarheid van de flexmonitor in het kader van haar MHBA opleiding aan de Erasmus universiteit Rotterdam.

Ze doet daarin aanbevelingen voor directie, management en professionals in de GGz en VVT- sector t.a.v.  een vroegsignaleringsmethode voor flexibiliteit en mentale veerkracht in een zorgteam.

Klik hier om de Thesis van Evelien Vink te downloaden

Op 29 augustus 2017 studeerden Vincent van Kraaij en Kim Schenkenberg allebei met een 8 af voor hun master Human Resource studies aan de universiteit van Tiburg. Zij deden beide onderzoek naar de Flexmonitor. Ze vroegen zich af welke indicatoren voor Leergedrag en Samenwerken er in de literatuur te vinden zijn en hebben in de teams interviews gehouden. En ze hebben vervolgens de theorie en praktijk met elkaar vergeleken. Ze komen tot een aantal interessante conclusies en verbeterpunten voor de flexmonitor. Je kunt hun (engelstalige) masterthesis hier downloaden:

Thesis Leergedrag van Vincent van Kraaij

Thesis Samenwerking van Kim Schenkenberg