Onderzoek

Het doel van het onderzoek

Het doel van het onderzoek is een methode te ontwikkelen waarmee in een vroeg stadium ongewenste teamontwikkeling kan worden gesignaleerd op het gebied van flexibiliteit en mentale veerkracht. Uiteindelijk wordt De Flexmonitor zo ontwikkeld dat teams deze zelf kunnen gebruiken. Hiermee creëren zij flexibiliteit, mentale veerkracht en openheid voor nieuwe ideeën, innovaties en ontwikkelingen. De resultaten van dit project worden daarnaast gebruikt bij een promotieonderzoek naar de wijze waarop organisaties flexibiliteit kunnen bevorderen.

Het promotieonderzoek

Het onderzoek wordt uitgevoerd door Frank van Gool onder begeleiding van Prof. Dr. I. Bongers, Dr. J. Bierbooms en Prof Dr. R. Janssen. Dit in een samenwerkingsverband tussen Tranzo (Tilburg University) en Trifier en met medewerking van GGzE en GGz Breburg.

         

De Flexmonitor wordt als methode doorontwikkeld in verschilllende teams en de ervaringen daaruit worden gebruikt om de methode bij te stellen. Op basis van de ingevulde lijsten van indicatoren en interventies ontstaat er lijst van indicatoren die vaak worden gebruikt. Deze kan als  een generieke set worden aangeboden aan de volgende teams. Uiteindelijk zal er worden nagegaan wat de effecten zijn van de methode. 

Het eerste deel van het onderzoek was een literatuuronderzoek (van Gool et al. (2016) "Literature study from a social ecological perspective on how to create flexibility in healthcare organisations") waarin is onderzocht hoe de flexibiliteit wordt gedefinieerd in de gezondheidszorg literatuur. Daarnaast is er gekeken naar welke interventies worden gebruikt op welk organisatorisch niveau om de flexibiliteit te beïnvloeden. Met behulp van Psycinfo en Web of Science, is gezocht naar flexibiliteit in de gezondheidszorg organisaties. De 19 studies die aan de selectiecriteria voldeden werden geanalyseerd vanuit een sociaal ecologisch perspectief. Acht publicaties beschreven flexibiliteit als gevolg van de interventies. 
Het blijkt moeilijk om flexibiliteit te creeren als een proactieve houding en het vermogen om de interne processen aan te passen aan de veranderende omgeving. Interventies om de flexibiliteit te bevorderen dienen op alle organisatieniveaus plaats te vinden, aangezien ze elkaar wederzijds beïnvloeden.
Deze studie toont aan dat er weinig literatuur is over hoe flexibiliteit bij organisaties in de gezondheidszorg gecreëerd kan worden.
Implicaties voor het management: verandering in de zorg is continu. Daarom moet flexibliteit een permanente proactieve houding zijn van zowel de managers als professionals op alle organisatieniveaus.

 

 

Overig onderzoek Flexmonitor

In 2017 deed Evelien Vink onderzoek naar de theoretische onderbouwing, toepasbaarheid en bruikbaarheid van de flexmonitor in het kader van haar MHBA opleiding aan de Erasmus universiteit Rotterdam.

Ze doet daarin aanbevelingen voor directie, management en professionals in de GGz en VVT- sector t.a.v.  een vroegsignaleringsmethode voor flexibiliteit en mentale veerkracht in een zorgteam.

Klik hier om haar Thesis te downloaden

Op 29 augustus 2017 studeerden Vincent van Kraaij en Kim Schenkenberg allebei met een 8 af voor hun master Human Resource studies aan de universiteit van Tiburg. Zij deden beide onderzoek naar de Flexmonitor. Ze vroegen zich af welke indicatoren voor Leergedrag en Samenwerken er in de literatuur te vinden zijn en hebben in de teams interviews gehouden. En ze hebben vervolgens de theorie en praktijk met elkaar vergeleken. Ze komen tot een aantal interessante conclusies en verbeterpunten voor de flexmonitor. Je kunt hun (engelstalige) masterthesis hier downloaden:

Thesis Leergedrag van Vincent van Kraaij

Thesis Samenwerking van Kim Schenkenberg

Meer informatie

Er is meer informatie te vinden via het e-portal